Parkeerplaats: Zorg voor een vlakke, stabiele en goed verlichte los- of laadplaats.
Afzetting: Afzetpalen, kegels of markeringen gebruiken om het werkgebied af te bakenen.
Communicatie: Spreek duidelijke afspraken af tussen chauffeur, heftruckchauffeur en magazijnmedewerkers.
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s): Veiligheidsschoenen, helm, fluorescerend vest, handschoenen en gehoorbescherming indien nodig.
Zet de vrachtwagen stil met de handrem en in de juiste versnelling/parkeerstand.
Gebruik wielblokken om wegrollen te voorkomen.
Alleen laden en lossen op een geschikte laadkuil of laaddock.
Gewichtsverdeling: Lading gelijkmatig verdelen, rekening houdend met aslasten en stabiliteit.
Bevestiging: Gebruik spanbanden, kettingen of stuwmateriaal om verschuiven te voorkomen.
Maximale belasting: Heftrucks en pompwagens nooit boven hun toegestane gewicht gebruiken.
Controleer of de lading tijdens transport niet verschoven is voordat je deuren opent (gevaar van vallende goederen).
Open deuren voorzichtig en vanaf de zijkant.
Zorg dat er voldoende ruimte is rondom de vrachtwagen.
Alleen bevoegde en opgeleide medewerkers mogen deze bedienen.
Houd altijd oogcontact of gebruik duidelijke gebaren/signalen met de chauffeur.
Nooit onder hangende lasten komen.
Chauffeur mag het laadproces niet uitvoeren tenzij dit expliciet is toegestaan.
Tijdens laden/lossen: chauffeur buiten het gevaarlijk gebied of in een aangewezen wachtruimte laten verblijven.